Een cijfer van 0 tot 100 dat zegt hoe leuk een lus rijdt. Hier staat waar het vandaan komt.
Afstand en hoogtemeters staan op elke routepagina, maar ze zeggen niet of je een leuke rit voor de boeg hebt. Twintig kilometer over asfalt en twintig kilometer over bospad zijn allebei twintig kilometer.
De funscore probeert dat verschil wel te vatten. We leggen het GPX-spoor van elke lus naast de kaartgegevens van OpenStreetMap en kijken wat er onder je banden ligt: smal pad of brede weg, aarde of asfalt, vlak of bergop-bergaf. Daar rolt een cijfer van 0 tot 100 uit.
Het blijft een schatting op basis van een spoor op een kaart. Hoe een lus die dag echt rijdt, hangt ook af van het weer, het onderhoud en van wat jij zelf leuk vindt. Zie het als een eerste indruk, niet als een oordeel.
Elk onderdeel krijgt een eigen cijfer van 0 tot 10. Die zie je als balkjes op de routepagina, zodat je kan zien waarom een lus hoog of laag scoort.
Techniek telt alleen mee als bonus: het kan de score omhoog duwen, nooit omlaag. Van maar weinig paden in België en Nederland weten we hoe technisch ze zijn, dus ontbreekt die info, dan is een lus daarom nog niet ineens makkelijk.
Plezier op de gravelbike komt hier in twee smaken. In Vlaanderen en in Nederland zit het in het spoor zelf: bospaden, grind en zand, met hier en daar een smal stuk. In de Ardennen en in Zuid-Limburg zit het in het landschap: klimmen en lange afdalingen.
Een lus hoeft maar in één van de twee goed te zijn. Daarom tellen we de twee niet gewoon bij elkaar op: de sterkste van de twee bepaalt de score, en de andere kan er nog wat bovenop doen. Een kronkelige lus in het vlakke land wordt dus niet afgestraft omdat er geen berg in de buurt ligt.
Onder de balkjes staat hoeveel van de onderdelen we echt konden meten. Niet elke lus staat volledig beschreven op de kaart, en dan laten we een onderdeel liever weg dan het te gokken. Staat er 100%, dan is alles gemeten wat meetelt voor de score. Techniek staat daar los van, want die telt alleen als bonus: bij "Techniek: geen data" blijft er 100% staan. Staat er minder, dan telde een van de vier andere onderdelen niet mee en is het cijfer wat ruwer.
Een onderdeel zonder gegevens toont "geen data" en geen 0. Dat verschil is belangrijk: 0 betekent gemeten en vlak, geen data betekent dat we het niet weten.
Lussen korter dan 5 km krijgen er geen: op zo'n afstand zegt een gemiddelde weinig. Bikeparks, downhillroutes en enduroroutes ook niet, want die gaan niet over een rondje rijden maar over de afdalingen zelf.
En als de kaart te weinig zegt over wat er onder je banden ligt, laten we het onderdeel terrein vallen in plaats van er iets van te maken. Een lus die OpenStreetMap niet beschrijft, is geen lus van asfalt.
Bij de score staat soms een regel als "beter dan 82% van de Gravel-lussen in België". Die vergelijkt de lus met lussen van hetzelfde type in hetzelfde land, want een gravelrondje afzetten tegen een bikepackroute zegt niets. Zijn er te weinig lussen in zo'n groep, dan laten we de regel weg.